17th januari 2013

Belangenvereniging van Kleine Mensen

Belangenvereniging van Kleine Mensen

Het is zondagochtend. Op de zonovergoten parkeerplaats van het Boshotel in Overberg staan veel auto’s waarvan de rugleuningen van de bestuurdersstoel érg dicht op het stuur staan. Binnen treft men kleine plastic opstapjes voor de hotelbar en voor de wasbakken van de toiletten.  Het jaarlijkse ledenweekend van de Belangenvereniging van kleine mensen is bijna afgelopen. De leden ontwaken, lichtelijk vermoeid na het afsluitende feest van de vorige avond.

Bvkmtim

Tim Beumer

‘HET WAS EEN SOORT VERVANGENDE FAMILIE’

Tijdelijk voorzitter Tim Beumer (28) is als eerste opgestaan en drinkt in alle stilte een kop koffie. Hij heeft ‘uitgebreid staan dansen’ op zijn Nike Jordans. Breakdance is zijn specialisme en hij laat trots een pop locker move zien. ‘Ik krijg in een discotheek vaak heel toffe reacties,’ zegt Beumer. ‘Dan werkt het klein zijn toch inspirerend. Je staat natuurlijk in de picture. Daar kun je ook gebruik van maken. In mijn werk als elektrisch ontwerper is dat ook zo. Klanten onthouden me goed. Marketing-technisch is dat wel handig, zeg maar.

Tim is vroeg ouderloos geworden. Zijn moeder stierf toen hij zes was en zijn vader verloor hij op zijn eenentwintigste. ‘Ik ben daardoor sneller zelfstandig geworden. Ik vind het jammer dat hij niet heeft meegemaakt dat ik mijn rijbewijs heb gehaald. Hij had het mooi gevonden als we samen een ritje konden maken.. ook omdat hij zelf geen rijbewijs had.’

Zijn vader,een man van ‘normale’ lengte, heeft hem alleen opgevoed, zonder daarbij speciale aandacht te geven aan de pseudo-achondroplasie van zijn zoon. ‘Hij was ook niet echt geïnteresseerd in de vereniging. Hij heeft me altijd normale dingen laten doen. Geen speciale school of speciale aandacht.’

Beumers is pas lid geworden na zijn vaders dood.‘Dat was geen toeval. Het was misschien wel een soort van vervangende familie. Ik was op zoek naar mensen om die leegte te vullen. Het was hèt moment om contact te zoeken met kleine mensen.’

LENIESILHOUETTE

Lenie Voorn

‘GROTE MENSEN KIJKEN NIET NAAR JE GEZICHT’

Oprichtster Lenie Voorn (60) herkent de vergelijking van de vereniging met een hechte familie. ‘Je hebt dezelfde herkenningspunten en zo’n weekend is dan gewoon erg fijn. Kijk, de meeste vrienden en kennissen zijn van groot postuur. De vereniging is daarop een erg belangrijke aanvulling. Grote mensen kunnen het toch nooit ècht begrijpen.’

Voorn besloot in 1974 een vereniging op te richten omdat ze in contact wilde komen met andere kleine mensen. ‘Vroeger werd je heel beschermd opgevoed. Ik hoorde wel dat er mensen waren zoals ik, maar ik zag ze nooit. Ik wilde ze gewoon leren kennen.’Lenie wordt nog dagelijks geconfronteerd met kortzichtigheid en vooroordelen.

Ze is met regelmaat in ronduit intimiderende situaties belandt. ‘Ik zat in een rolstoel. Een groep jongeren begon me uit te schelden. Ik vond het heel beangstigend. Eentje alleen durf ik nog wel aan te spreken maar een hele groep niet. Je bent toch kwetsbaar in zo’n situatie.’

Een ander schrijnend voorbeeld is hoe Lenies dorpsgenoten mede-verenigingslid Ton verwarren met haar 5 jaar geleden overleden echtgenoot Hans. ‘Als Tom door Nijkerk fietst roepen mensen ‘Hee Hans! Alles goed?’ Die jongens lijken helemáál niet op elkaar. En Hans is al vijf jaar geleden overleden. Dat doet echt zeer.’

“Grote mensen kijken niet naar het gezicht maar naar iemands lengte.”

Als ik ogen in mijn rug voel prikken draai ik me wel eens om en zwaai ik naar ze.”Je wordt op je uiterlijk afgerekend en klein staat daarbij ook vaak gelijk aan dom. Men denkt gewoon dat je minder kan’.Maar Voorn heeft, mede door haar voortrekkersrol als oprichtster, een vechtersmentaliteit ontwikkeld. Ze is trots op het feit dat ze haar ex-baas voor was bij een naderend ontslag. ‘Ik zei tegen hem dat ik een andere baan had gevonden. Hij kon het niet geloven. ‘Heb jíj een andere baan?’ vroeg-ie. Dat was mijn overwinning. Een héle fijne overwinning kan ik je verzekeren.’

Lenie is van mening dat ze ‘grote mensen’ in sommige gevallen met gelijke munt mag terugbetalen. ‘Als ik ogen in mijn rug voel prikken draai ik me wel eens om en zwaai ik naar ze. Toeristen in mijn woonplaats maken wel eens een foto van me. Dan maak ik vervolgens ook een foto van hèn. Zo confronteer ik ze met wat ze mij aandoen.

‘DE MEESTE SPIEGELS HANGEN TE HOOG’

Mark de Groot en Renée de Huu

Mark de Groot en Renée de Huu

De lichamelijke ongemakken van het klein zijn is aan de tafel van de oudere leden het belangrijkste onderwerp van gesprek. Mark de Groot zet zich actief in voor aanpassingen voor kleine mensen. Hij legt de noodzaak hiertoe op licht geaffecteerde toon uit: ‘Onze botten slijten nou eenmaal sneller en op de verkeerde plekken. Kleine kinderen bijvoorbeeld, moeten anders leren lopen. Zo kunnen problemen op latere leeftijd voorkomen worden.’

De Groot is ontevreden over de voorzieningen voor kleine mensen. Vooral de Wet maatschappelijke ondersteuning moet het ontgelden.

“De stoel hoeft niet altijd kleiner te zijn”

‘Ambtenaren zijn geneigd te denken ‘klein is klein.’ Maar de stoel hoeft niet altijd lager te zijn: de zitting moet juist korter. Dat soort dingen gaat zo ver beyond het inlevingsvermogenvermogen van de beoordelend ambtenaar. ’ Hij geeft nog een voorbeeld: ‘We kunnen kiezen voor verlaagde keukens die eigenlijk bedoeld zijn voor mensen met een rolstoel. Dat betekent dat er geen of weinig kastruimte onder het aanrecht is, terwijl het voor ons nou juist noodzakelijk is dat we op laag niveau veel kastruimte hebben.’

De ouderen lijken een stuk wantrouwender te zijn tegenover mensen van groot postuur. Renée is hiervan het toonbeeld. Journalisten, bijvoorbeeld, hebben in het verleden ‘te makkelijk gescoord’. Ze vraagt de fotograaf op scherpe toon vanaf welke hoogte de groepsfoto wordt genomen want ‘daar begint het vaak al. We moeten op ooghoogte staan met de camera.’

Over de vermeende keuzevrijheid in het liefdesleven van kleine mensen is ze ook duidelijk:  ‘Hebben wij een keuze dan? We worden toch niet in één keer 1 meter 80? Wat dat betreft zijn er hier gewoon mensen die niet in de spiegel willen kijken.’ Mark vult haar stoïcijns aan: ‘Maar ja, de meeste spiegels hangen ook te hoog hè?’

In Nederland leven naar schatting 2500 volwassen mensen die kleiner zijn dan 1.55 meter. De meest voorkomende vorm van dwerggroei is achondroplasie, een dominant erfelijke botgroeistoornis.Teneinde mensen die kampen met deze fysieke beperking besloot Lenie Voorn in april 1974 de Belangenvereniging voor Kleine Mensen op te richten. De vereniging bevordert lotgenotencontact en informatieuitwisseling. Zo is er een speciale werkgroep die medische voorlichting geeft aan ouders met kinderen die klein zullen blijven. Daarnaast is de vereniging lid van de CG-Raad (Chronische zieken en Gehandicapten raad) en geeft ze colleges op onderwijsinstellingen. Over het algemeen wordt informatievoorziening gecombineerd met een sociale activiteit, zoals een sportdag, waarop kleine mensen met elkaar in contact komen. Het hoogtepunt van sociale bijeenkomsten is het jaarlijkse ledenweekend.

CAROLINEGERARDSILHOUETTE

Gerard Smits Caroline Voerman

‘HIJ MOEST NIKS VAN ME WETEN’

Gerard Smits (32) en Caroline Voerman (27) hebben elkaar via de vereniging leren kennen. Sinds twee weken wonen ze samen maar ze plagen elkaar alsof ze net bij elkaar zijn.

Caroline vertelt met een vlotte babbel over het begin van hun relatie. ‘Ik was voor het eerst op een verenigingsdag, Gerard was al langer lid. Hij was heel populair bij de vrouwen en hij moest niks van me weten.’ Gerard voegt snel toe: ‘Dat mag je zo niet zeggen. Ik ben niet iemand die snel op een ander afstapt. Ik zou niet zeggen dat ik een player ben.’

Gerard en Caroline vinden niet dat lichaamslengte er toe zou mogen doen bij het vinden van een partner. Caroline: ‘Wij hebben wel met die vraag te maken: Ga je voor een lange of een kleine vriend? Vroeger dacht ik ‘zo’n kleine vent hoef ik écht niet.’ Veel vrouwen hebben dan het gevoel dat ze op pad zijn met hun kindje. Niet met hun vriend.’

Gerard: ‘Het is misschien wel makkelijker om contact te krijgen met een klein iemand, maar mensen moeten mij dat niet opdringen. Als ik een partner vind van normaal postuur en we vinden het allebei fijn dan is dat toch ook goed?’

“Ik zou niet zeggen dat ik een player ben.”

Caroline: ‘Het is zeker niet zo dat ik het gevoel heb dat ik uit de groep jonge mensen van de vereniging moet gaan kiezen of dat ik met minder genoegen zou moeten nemen.’

Desalniettemin moeten ze bekennen dat ze nog nooit hebben gedate met een langer persoon. ‘Maar ik flirt ook met lange mensen hoor,’ zegt Caroline knipogend. Gerard ziet zijn kans schoon: ‘Ja… dat doe je altijd haha!’

jEANETTESILHOUETTE

Jeantte de la Rambelje

‘WAAROM IK NIET?’

Tijdens de gesprekken over liefde houdt Jeanette de la Rambelje (39) zich merkbaar op de achtergrond. Ze wekt af en toe de indruk met een lichte jaloezie te kijken naar het liefdevolle geplaag van Gerard en Caroline. ‘Ik heb slechte ervaringen in de liefde. Ik had iemand via internet leren kennen en ik had hem verteld dat ik klein was. Hij zei dat hij het geen probleem vond. Maar toen we elkaar voor het eerst zagen is hij toch meteen weggelopen vanwege mijn lengte.’

Het incident heeft een groot litteken achtergelaten bij Jeanette. ‘Ik ben er echt heel erg van geschrokken. Chatten en daten doe ik ook nooit meer.’

Alleen zijn vind ze weliswaar moeilijk. ‘Ik heb een fase gehad waarin ik het echt zwaar had. Ik zie binnen de vereniging allemaal relaties ontstaan en ik blijf alleen. Ik heb wel momenten dat ik denk: ‘Waarom ik niet?’

“Toen we elkaar voor het eerst zagen is hij meteen weggelopen vanwege mijn lengte.”

Ze verzucht: ‘Maar ja. Wat in het vat zit verzuurt niet, hè? De man van je dromen komt misschien vanzelf wel.’

Jeanette voelt zich helemaal thuis bij de ledenweekenden. Het is voor haar een moment om de eenzaamheid te vergeten. ‘Ik ben wel de oudste onder de jongeren. Dat voel ik soms. Zij zijn erg actief met dansen en zo. Ik kan lichamelijk al wat minder. Maar gisteren danste ik wel gezellig mee hoor.’

‘LOOP IK OOK ZO RAAR MET MIJN BILLEN?’alle 3

Voor veel leden is de spiegel een gepaste vergelijking met de vereniging. Het staat voor zelfacceptatie; iets waar sommigen makkelijker mee omgaan dan anderen. Tim, Caroline en Jeanette wilden in eerste instantie niks te maken hebben met de vereniging. Caroline: ‘Ik vond het hele concept heel confronterend. Heel mijn puberteit heb ik de vereniging verachtAls je hier dan voor het eerst komt zie je er in één keer zó veel. Dan denk je: ‘Doe ik ook zo raar? Loop ik ook zo raar met mijn billen?’ ‘Dan krijg je echt een enorme afknapper.’

Ook Tim zegt dat hij het vreemd vond om met de vereniging in contact te komen. ‘Je ziet jezelf normaal niet over straat lopen he? Als je bewust  op deze vereniging afstapt is dat best pittig. Als je jezelf er heel lang tegen hebt afgezet, dan komt die confrontatie wel binnen.’

Toch overheerst het gevoel dat de meeste leden zichzelf hebben leren accepteren, mede door de vereniging. Ze hebben intens genoten van de saamhorigheid van het weekend en het afsluitende feest. Zoals Mark het verwoordt: ‘Bij andere feestjes val je buiten de gemiddelde normen. Hier is dat anders. Dit is ons feestje en dat geeft een gemeenschappelijk gevoel waar wij ons erg prettig bij voelen.’

© 2013 Het Groepsportret

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vervangende familie

Tijdelijk voorzitter Tim Beumer (28) is als eerste opgestaan en drinkt in alle stilte een kop koffie. Hij heeft ‘uitgebreid staan dansen’ op zijn Nike Jordans. Breakdance is zijn specialisme en hij laat trots een pop locker move zien. ‘Ik krijg in een discotheek vaak heel toffe reacties,’ zegt Beumer. ‘Dan werkt het klein zijn toch inspirerend. Je staat natuurlijk in de picture. Daar kun je ook gebruik van maken. In mijn werk als elektrisch ontwerper is dat ook zo. Klanten onthouden me goed. Marketing-technisch is dat wel handig, zeg maar.’“Ik krijg in een discotheek vaak hele toffe reacties”

Tim is vroeg ouderloos geworden. Zijn moeder stierf toen hij zes was en zijn vader verloor hij op zijn eenentwintigste. ‘Ik ben daardoor sneller zelfstandig geworden. Ik vind het jammer dat hij niet heeft meegemaakt dat ik mijn rijbewijs heb gehaald. Hij had het mooi gevonden als we samen een ritje konden maken.. ook omdat hij zelf geen rijbewijs had.’

Zijn vader,een man van ‘normale’ lengte, heeft hem alleen opgevoed, zonder daarbij speciale aandacht te geven aan de pseudo-achondroplasie van zijn zoon. ‘Hij was ook niet echt geïnteresseerd in de vereniging. Hij heeft me altijd normale dingen laten doen. Geen speciale school of speciale aandacht.’

Beumers is pas lid geworden na zijn vaders dood.‘Dat was geen toeval. Het was misschien wel een soort van vervangende familie. Ik was op zoek naar mensen om die leegte te vullen. Het was hèt moment om contact te zoeken met kleine mensen.’

 

 

 

 

speak Your Mind